Samenvatting

De recente ontwikkelingen omtrent AI vragen om de meest ambitieuze politieke agenda in de geschiedenis van naoorlogs Europa. Als we er nu niet mee beginnen, verliest Europa het vermogen om zijn eigen toekomst te bepalen. We eindigen economisch en politiek gezien langs de zijlijn, met waarden die we niet meer kunnen verdedigen, sociale zekerheid die we niet meer kunnen financieren, risico's die we niet meer kunnen afdekken, en een Unie die niet kan standhouden.

Europa 2031 is een vijfjarig scenario over Europa’s dreigende afglijden naar irrelevantie, hoe AI dit aanjaagt, en wat er nog kan worden gedaan om van koers te veranderen.

Om te begrijpen hoe Europa het risico loopt om de komende AI-revolutie te verkwisten, gaat het verhaal eerst terug naar 2025, en naar de drie dingen die het verkeerd inschatte. Het heeft verkeerd ingeschat hoe snel AI zich zou ontwikkelen. Het heeft verkeerd ingeschat hoeveel het zou veranderen. En het heeft zijn eigen vermogen om de achterstand in te halen verkeerd ingeschat.

Hoe we hier terecht zijn gekomen — januari 2025 tot juni 2026

Europa schat de snelheid en de omvang van AI verkeerd in en een reeks redelijk ogende besluiten vergroot haar afhankelijkheid.

Wat er hierna zou kunnen gebeuren — augustus 2026 tot maart 2031

Europa zet vol in op soevereiniteit, maar vergeet om een onderhandelingspositie op te bouwen, terwijl de AI-race tussen de VS en China escaleert.

Waarom het Europese model instort bij business-as-usual

De impact van AI zal gelijk zijn aan of groter zijn dan die van de industriële revolutie, maar zal zich voltrekken in jaren in plaats van decennia. Het huidige antwoord van Europa is tien tot honderd keer te klein en is gericht op het verkeerde doel. Veel te vaak wordt soevereiniteit ingevuld als genoegen nemen met minderwaardige Europese oplossingen, in de hoop dat potentieel waardevolle, maar onwaarschijnlijke moonshots zullen renderen. In werkelijkheid vereist soevereiniteit het opbouwen van een onderhandelingspositie en een bereidheid om pijnlijke keuzes te maken. Je creëert een onderhandelingspositie door onmisbaar te zijn, niet halfslachtig zelfvoorzienend. Dat betekent ook dat we moeten beslissen welke gebruiken we moeten loslaten om de principes te beschermen waar niet over onderhandeld kan worden: menselijke waardigheid, gelijkheid en de vrijheid om zelf de toekomst van het continent vorm te geven.

De mislukking die Europa 2031 beschrijft, is een van prikkels en instellingen, niet van individuen. Niets in het verhaal vereist dat onze leiders te kwader trouw handelen. In plaats daarvan werken juist de zaken die Europa in rustigere tijden goed hebben gediend, nu tegen Europa. Consensus en zorgvuldige procedures zijn de manier waarop het een Unie met zevenentwintig lidstaten heeft opgebouwd. Onder tijdsdruk worden dit echter de redenen dat harde keuzes worden uitgesteld, tijdig handelen het einde van een carrière betekent, en dat instellingen de technologie niet kunnen bijbenen. Op zichzelf lijkt elk besluit verdedigbaar, maar de som van alle besluiten laat een Europa achter dat zijn procedures handhaaft maar zijn principes verliest.

Wat Europa nog kan doen

De tijd dringt, maar wij geloven dat Europa nog van koers kan veranderen. Om te beginnen hebben we de volgende vijf aanbevelingen:

  1. Faciliteer enorme investeringen in rekenkracht en de bijbehorende toeleveringsketens. Mobiliseer publiek en particulier kapitaal op een schaal die Europa nog niet heeft geprobeerd in vredestijd, gericht op de fundamenten van de AI-economie: energie, halfgeleiders en datacenters. Om tientallen gigawatt aan rekenkracht te realiseren op Europese bodem, zijn speciale economische zones, een gericht energiebeleid en radicaal gestroomlijnde vergunningsprocedures vereist. Europa kan dit niet alleen opbouwen en moet samenwerken met Amerikaanse aanbieders op voorwaarden die de infrastructuur onder Europese jurisdictie houden en gegarandeerde toegang tot frontier AI waarborgen.
  2. Bouw een coalitie van gelijkgestemde AI-middenmachten. Europese landen staan niet alleen. Veel andere middenmachten staan voor vergelijkbare uitdagingen. Naast de EU-samenwerking zouden Nederland, Duitsland en Frankrijk een kleine, wendbare coalitie moeten bouwen met landen als Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk, Canada, Japan en Zuid-Korea. Elk van hen bezit een belangrijk knelpunt in de AI-toeleveringsketen, zoals talent, rekenkracht of halfgeleiders, die gezamenlijk een drukmiddel kunnen worden om toegang tot frontier AI te garanderen of om veiligere, betrouwbaardere modellen te eisen. Een sterke coalitie kan ook bemiddelen tussen de VS en China, wat misschien wel haar belangrijkste rol zou kunnen zijn.
  3. Hervorm arbeidsmarkten voor AI-adoptie. Een flexicurity-model, naar Deens voorbeeld, stelt bedrijven in staat om AI vergaand te adopteren terwijl het bescherming biedt voor werknemers die worden verdrongen, door middel van omscholing en inkomenssteun. Pogingen om banen ongewijzigd te behouden, brengen het risico met zich mee ze te verliezen aan sneller adopterende concurrenten uit het buitenland. De duurzamere koers is om AI-adoptie te sturen in plaats van te blokkeren, en om de opbrengsten ervan eerlijk te verdelen.
  4. Bouw de Europese kracht in robotica en industriële AI uit. Hoewel het onwaarschijnlijk lijkt dat Europa nog significant kan concurreren op het gebied van LLM’s, kan het wel een sleutelrol spelen in de aankomende fysieke AI-revolutie. Dat vereist screening van buitenlandse investeringen in Europese fabrikanten, het ontsluiten van industriële data en proceskennis voor Europese AI-ontwikkelaars, het wegnemen van obstakels die beletten dat veelbelovende Europese bedrijven kunnen opschalen, en het aangaan van samenwerkingen met Amerikaanse bedrijven die duurzame winsten opleveren in plaats van eenmalige meevallers.
  5. Bied een positieve visie op wat AI voor de samenleving kan betekenen. Een verhaal over wat Europa staat te verliezen zal de vereiste hervormingen niet alleen kunnen dragen. Vele kiezers hebben al een hekel aan AI, en zullen geen jaren van AI-gedreven ontwrichting ondergaan, alleen maar om een abstract omschreven erger scenario te vermijden. Hoewel we hier niet hebben geprobeerd om een positieve visie te formuleren, zijn we van mening dat Europa er dringend eentje nodig heeft. Zowel bottom-up sociale bewegingen als politieke leiders hebben een rol bij het ontwikkelen hiervan.