De recente ontwikkelingen omtrent AI vragen om de meest ambitieuze politieke agenda in de geschiedenis van naoorlogs Europa. Als we er nu niet mee beginnen, verliest Europa het vermogen om zijn eigen toekomst te bepalen. We eindigen economisch en politiek gezien langs de zijlijn, met waarden die we niet meer kunnen verdedigen, sociale zekerheid die we niet meer kunnen financieren, risico's die we niet meer kunnen afdekken, en een Unie die niet kan standhouden.
Europa 2031 is een vijfjarig scenario over Europa’s dreigende afglijden naar irrelevantie, hoe AI dit aanjaagt, en wat er nog kan worden gedaan om van koers te veranderen.
Om te begrijpen hoe Europa het risico loopt om de komende AI-revolutie te verkwisten, gaat het verhaal eerst terug naar 2025, en naar de drie dingen die het verkeerd inschatte. Het heeft verkeerd ingeschat hoe snel AI zich zou ontwikkelen. Het heeft verkeerd ingeschat hoeveel het zou veranderen. En het heeft zijn eigen vermogen om de achterstand in te halen verkeerd ingeschat.
Hoe we hier terecht zijn gekomen — januari 2025 tot juni 2026
Europa schat de snelheid en de omvang van AI verkeerd in en een reeks redelijk ogende besluiten vergroot haar afhankelijkheid.
- DeepSeek benadert goedkoop de ‘frontier’ - de meest geavanceerde AI-modellen - en Europa leert hieruit de verkeerde les. Begin 2025 wordt het Chinese model R1 beschouwd als het bewijs dat inhalen goedkoop kan en dat rekenkracht nauwelijks uitmaakt - een geruststellend idee. Maar efficiëntie en rekenkracht versterken elkaar, in plaats van dat ze inwisselbaar zijn: meer chips maken het makkelijker om slimme shortcuts te vinden, en de vooruitgang van DeepSeek wordt begrensd door de AI-chips die China niet kan importeren.
- De AI Action Summit handelt vooral in retoriek. Op de AI Action Summit van Parijs kondigt de EU een AI-fonds van €200 miljard aan, dat voornamelijk bestaat uit herverpakt geld en particuliere investeringen die nog niet zijn toegezegd. Het valt in het niet bij wat de VS daadwerkelijk uitgeeft. ‘Soevereiniteit’ wordt de strijdkreet, maar de concrete maatregelen missen tanden en pijnlijke keuzes worden vermeden.
- GPT-5 stelt teleur en het zeepbel-verhaal wint terrein. Toen OpenAI's GPT-5 teleurstelde, zagen Europese sceptici het als een bevestiging van een ‘AI-bubbel’, en het momentum stagneerde. Achter gesloten deuren gebeurt net het tegenovergestelde: ‘agents’ - autonome AI - beginnen in Silicon Valley met het automatiseren van software-ontwikkeling, en de toonaangevende AI-labs beginnen hun eigen modellen te gebruiken om de volgende generatie te bouwen.
- De regelgevers gebruiken de tools niet. De meeste Europese ambtenaren worden vanwege gegevensbescherming uit frontier-systemen geweerd en weinigen van hen weten hoe ze moeten programmeren. Als gevolg daarvan begrijpen degenen die de technologie moeten reguleren en sturen zelf vaak niet goed hoe deze werkt.
- Toegang wordt een gunst, geen recht. Medio 2026 nemen enkele Europese leiders hun scepticisme opnieuw onder de loep. Claude Mythos van Anthropic is nooit openbaar gemaakt, maar blijkt krachtig genoeg om cyberbeveiliging op zijn kop te zetten. Europa wordt in eerste instantie buiten de defensieve coalitie gehouden die moest beschermen tegen de nieuwe cyberrisico’s. Kort daarna stuurt een Amerikaanse executive order nieuwe frontier modellen door een geheime screening, waardoor Washington kan kiezen welke 'vertrouwde partners' ze eerst krijgen.
- Europa beseft dat het weinig kaarten in handen heeft. Europa beschikt slechts over vijf procent van de AI-rekenkracht ter wereld, versus Amerika’s tachtig procent, en heeft dus weinig drukmiddelen om toegang te eisen tot frontier AI. Het antwoordt dus met een positief klinkend pakket van tech-soevereiniteitsmaatregelen dat te weinig en te laat blijkt.
Wat er hierna zou kunnen gebeuren — augustus 2026 tot maart 2031
Europa zet vol in op soevereiniteit, maar vergeet om een onderhandelingspositie op te bouwen, terwijl de AI-race tussen de VS en China escaleert.
- 2027: Een open-source model op niveau van Mythos ontketent een golf van ransomware-aanvallen en het soevereiniteitsbeleid pakt averechts uit. Duitsland en Frankrijk hebben zojuist een wetsvoorstel ingediend dat volledig Europese AI verplicht maakt voor kritieke processen in de publieke sector. Dus als aanvallende cybercapaciteiten beschikbaar worden voor wie maar wil, zijn de organisaties die van tevoren op Europese providers zijn overgestapt - en dus verdedigingen draaien die ruim achter de frontiermodellen aanhobbelen - degenen die uit hun systeem worden gesloten en losgeld moeten betalen. De golf neemt pas af wanneer de VS en China beide open-source frontier modellen verbieden, waardoor Europa meer dan ooit afhankelijk wordt van gesloten Amerikaanse modellen.
- 2028: AI stopt met redeneren in een taal die mensen kunnen lezen en Washington dwingt de Nederlanders om de export van ASML naar China te verminderen. De sprong in vaardigheden verhindert toezichthouders om de modellen nog goed te monitoren, en het AI-Office van de EU - dat al verwikkeld is in twee procedures tegen Amerikaanse ontwikkelaars - heeft geen ruimte om te reageren. Wanneer de Nederlanders onder druk worden gezet om de export van ASML’s oudere DUV-machines naar China stop te zetten, bieden andere lidstaten weinig steun. Nederland geeft toe en Europa onderhandelt niets terug.
- 2029: De VS begint frontier AI per land te rantsoeneren en de economische kloof groeit steeds sneller. Het groeiende tekort aan rekenkracht bereikt een breekpunt, en de VS rantsoeneren frontier AI via een gelaagd, landgebaseerd systeem zodat de meeste capaciteit voor zichzelf en een paar geselecteerde bondgenoten is gereserveerd (Tier 1-landen). Het grootste deel van Europa valt in Tier 2 en ziet zijn rekenkrachttoewijzing van Amerikaanse cloudbedrijven gehalveerd worden. Wanneer de EU overweegt om de 'handelsbazooka’ in te zetten om Tier 1-status te verkrijgen, wordt daar geen meerderheid voor gevonden. De groei van het Europese BBP begint sterk af te wijken van die van Amerika: Europa bezit weinig van de AI-stack, adopteert de technologie langzamer en krijgt slechts beperkte toegang tot de frontier modellen die inmiddels grote delen van de economie laten draaien.
- 2030: Europa wordt van buitenaf uitgehold, doordat bedrijven worden weggeconcurreerd en industrieën worden opgekocht. Tegen 2030 zijn de VS en China verwikkeld in een nek-aan-nek race die beide partijen als existentieel beschouwen. Om China ervan te weerhouden de robotica-race te winnen, koopt het toonaangevende Amerikaanse AI-bedrijf noodlijdende autofabrikanten en industriële bedrijven in Europa op voor hun vloeroppervlak en industriële gegevens, waarbij autofabrieken worden omgebouwd tot robotfabrieken. De werkloosheid neemt toe naarmate de automatisering toeneemt en efficiëntere buitenlandse bedrijven Europese bedrijven wegconcurreren. De Franse staatsschuld neemt toe naarmate de uitgaven aan sociale zekerheid stijgen en de belastinggrondslag krimpt. Zuid-Europa volgt, de euro komt onder aanhoudende druk te staan en de Unie begint langzaam te verbrokkelen. Chinese leningen worden over het hele continent verstrekt, ze kopen goodwill en proberen Europa los te weken van Washington.
- 2031: Washington probeert ASML over te nemen en Europa blijft achter met drie verschrikkelijke opties. Tegen 2031 is de macht meer geconcentreerd dan ooit tevoren. Een handjevol mensen in San Francisco, Washington, D.C. en Peking beslissen over de toekomst van de mensheid. De enige kaart die Europa nog in handen heeft is ASML, het knelpunt in de toeleveringsketen waar de hele AI-race vanaf hangt. Het Witte Huis ziet hoe Europa langzaam afdrijft richting China. Het besluit dat het onmiddellijk controle over het bedrijf wil hebben, en stelt daarom een ultimatum. Omdat Europa er niet in is geslaagd om ook maar iets van een onderhandelingspositie op te bouwen, rest het de keuze tussen een Amerikaans protectoraat worden, de toekomst aan China overhandigen of in afzondering wegkwijnen.
Waarom het Europese model instort bij business-as-usual
De impact van AI zal gelijk zijn aan of groter zijn dan die van de industriële revolutie, maar zal zich voltrekken in jaren in plaats van decennia. Het huidige antwoord van Europa is tien tot honderd keer te klein en is gericht op het verkeerde doel. Veel te vaak wordt soevereiniteit ingevuld als genoegen nemen met minderwaardige Europese oplossingen, in de hoop dat potentieel waardevolle, maar onwaarschijnlijke moonshots zullen renderen. In werkelijkheid vereist soevereiniteit het opbouwen van een onderhandelingspositie en een bereidheid om pijnlijke keuzes te maken. Je creëert een onderhandelingspositie door onmisbaar te zijn, niet halfslachtig zelfvoorzienend. Dat betekent ook dat we moeten beslissen welke gebruiken we moeten loslaten om de principes te beschermen waar niet over onderhandeld kan worden: menselijke waardigheid, gelijkheid en de vrijheid om zelf de toekomst van het continent vorm te geven.
De mislukking die Europa 2031 beschrijft, is een van prikkels en instellingen, niet van individuen. Niets in het verhaal vereist dat onze leiders te kwader trouw handelen. In plaats daarvan werken juist de zaken die Europa in rustigere tijden goed hebben gediend, nu tegen Europa. Consensus en zorgvuldige procedures zijn de manier waarop het een Unie met zevenentwintig lidstaten heeft opgebouwd. Onder tijdsdruk worden dit echter de redenen dat harde keuzes worden uitgesteld, tijdig handelen het einde van een carrière betekent, en dat instellingen de technologie niet kunnen bijbenen. Op zichzelf lijkt elk besluit verdedigbaar, maar de som van alle besluiten laat een Europa achter dat zijn procedures handhaaft maar zijn principes verliest.
Wat Europa nog kan doen
De tijd dringt, maar wij geloven dat Europa nog van koers kan veranderen. Om te beginnen hebben we de volgende vijf aanbevelingen:
- Faciliteer enorme investeringen in rekenkracht en de bijbehorende toeleveringsketens. Mobiliseer publiek en particulier kapitaal op een schaal die Europa nog niet heeft geprobeerd in vredestijd, gericht op de fundamenten van de AI-economie: energie, halfgeleiders en datacenters. Om tientallen gigawatt aan rekenkracht te realiseren op Europese bodem, zijn speciale economische zones, een gericht energiebeleid en radicaal gestroomlijnde vergunningsprocedures vereist. Europa kan dit niet alleen opbouwen en moet samenwerken met Amerikaanse aanbieders op voorwaarden die de infrastructuur onder Europese jurisdictie houden en gegarandeerde toegang tot frontier AI waarborgen.
- Bouw een coalitie van gelijkgestemde AI-middenmachten. Europese landen staan niet alleen. Veel andere middenmachten staan voor vergelijkbare uitdagingen. Naast de EU-samenwerking zouden Nederland, Duitsland en Frankrijk een kleine, wendbare coalitie moeten bouwen met landen als Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk, Canada, Japan en Zuid-Korea. Elk van hen bezit een belangrijk knelpunt in de AI-toeleveringsketen, zoals talent, rekenkracht of halfgeleiders, die gezamenlijk een drukmiddel kunnen worden om toegang tot frontier AI te garanderen of om veiligere, betrouwbaardere modellen te eisen. Een sterke coalitie kan ook bemiddelen tussen de VS en China, wat misschien wel haar belangrijkste rol zou kunnen zijn.
- Hervorm arbeidsmarkten voor AI-adoptie. Een flexicurity-model, naar Deens voorbeeld, stelt bedrijven in staat om AI vergaand te adopteren terwijl het bescherming biedt voor werknemers die worden verdrongen, door middel van omscholing en inkomenssteun. Pogingen om banen ongewijzigd te behouden, brengen het risico met zich mee ze te verliezen aan sneller adopterende concurrenten uit het buitenland. De duurzamere koers is om AI-adoptie te sturen in plaats van te blokkeren, en om de opbrengsten ervan eerlijk te verdelen.
- Bouw de Europese kracht in robotica en industriële AI uit. Hoewel het onwaarschijnlijk lijkt dat Europa nog significant kan concurreren op het gebied van LLM’s, kan het wel een sleutelrol spelen in de aankomende fysieke AI-revolutie. Dat vereist screening van buitenlandse investeringen in Europese fabrikanten, het ontsluiten van industriële data en proceskennis voor Europese AI-ontwikkelaars, het wegnemen van obstakels die beletten dat veelbelovende Europese bedrijven kunnen opschalen, en het aangaan van samenwerkingen met Amerikaanse bedrijven die duurzame winsten opleveren in plaats van eenmalige meevallers.
- Bied een positieve visie op wat AI voor de samenleving kan betekenen. Een verhaal over wat Europa staat te verliezen zal de vereiste hervormingen niet alleen kunnen dragen. Vele kiezers hebben al een hekel aan AI, en zullen geen jaren van AI-gedreven ontwrichting ondergaan, alleen maar om een abstract omschreven erger scenario te vermijden. Hoewel we hier niet hebben geprobeerd om een positieve visie te formuleren, zijn we van mening dat Europa er dringend eentje nodig heeft. Zowel bottom-up sociale bewegingen als politieke leiders hebben een rol bij het ontwikkelen hiervan.