Augustus 2026 – De splitsing
In februari bracht de Duitse kanselier een staatsbezoek aan China. In Hangzhou bezocht hij de Chinese EV- en roboticafabrieken. Insiders meldden dat hij ontnuchterd terugkeerde, met een nieuw gevoel van urgentie en met een sterkere overtuiging dat Duitse fabrikanten zouden achterblijven bij hun Chinese concurrenten als ze niet snel het tempo opvoeren. Hij heeft nu een soortgelijke reis naar San Francisco gepland. De afgelopen maanden hebben mensen die hij respecteert, zoals Duitse bedrijfsleiders, economen en Amerikaanse bankiers, hem verteld dat de AI-revolutie echt is. Hij wil het met zijn eigen ogen zien. Een delegatie uit de sector sluit zich bij hem aan.
De kanselier is niet het type dat snel onder de indruk is, maar hij komt stiller terug van zijn reis dan toen hij vertrok. Hij beseft dat de Europese elite de afgelopen achttien maanden niet juist heeft geïnterpreteerd. Terwijl ze bespraken of AI tegen een muur zou aanlopen, ontwikkelde de technologie zich veel sneller dan zelfs de optimisten hadden voorspeld. Terwijl zij rustig het belang van AI afwogen, zette het de software-ontwikkeling en cyberbeveiliging op hun kop. En terwijl ze hun soevereine AI-initiatieven bejubelden, werd hun afhankelijkheid van Amerikaanse providers alleen maar groter.
Gedurende de volgende dagen voert hij een reeks lange telefoongesprekken met de Franse president en de voorzitter van de Europese Commissie. Alle drie voelen ze dat Europa een kantelpunt heeft bereikt. AI zal steeds capabeler worden. Er is geen goede reden om aan te nemen dat de ontwikkelingen zullen stoppen bij menselijk niveau. Het zal de arbeidsmarkten, de veiligheidsarchitectuur en het mondiale machtsevenwicht herschikken. Europa is afhankelijk en niet voorbereid. Als ze het schip nog willen keren, moet dat nu gebeuren.
Maar de vraag is hoe. Hun technische adviseurs pleiten voor een volledige regelgevende carte blanche voor aanbieders van datacentra en andere bedrijven in de hardware-toeleveringsketen. Alleen extreme maatregelen zijn evenredig met wat er op het spel staat, zeggen ze. AI zal een nieuwe industriële revolutie teweegbrengen en als Europa niet razendsnel industrialiseert, zal het achterblijven. Europa moet sneller handelen dan het ooit tevoren heeft geprobeerd in vredestijd.
Hun politieke adviseurs smeken om iets terughoudender te zijn en waarschuwen dat hun regeringen de publieke reactie tegen een dergelijk pakket misschien niet zouden overleven. Het volk houdt niet van AI. Frankrijk, Duitsland en de EU staan voor tal van andere belangrijke uitdagingen, en slechts een klein deel van de kiezers zal de noodzaak echt begrijpen. De ‘doeltreffende maatregelen’, zeggen ze, zijn misschien vooral doeltreffend in het beëindigen van politieke carrières.
September 2026 – Een positieve visie
Op de Frans-Duitse summit over AI-soevereiniteit in Straatsburg geven de Franse president en de Duitse kanselier een gezamenlijke toespraak. Deze is geschreven door hun politieke adviseurs.
Caroline kijkt bij haar thuis in Lille. De twee leiders spreken over vastberadenheid en over Europa’s toekomst. Europa kan het zich niet langer veroorloven om afhankelijk te zijn van anderen voor de technologieën die zijn toekomst zullen bepalen, een les die Europa al geleerd heeft op het vlak van energie en defensie. Europa moet dus zijn eigen grensverleggende AI bouwen.
De uitdaging is enorm, maar overkomelijk, zeggen ze. Wat nodig is, zijn investeringen, regels die Amerikaanse aanbieders dwingen om eerlijk spel te spelen, en een publiek dat Europees wil kopen. De toespraak heeft uitstekende slogans.
In de daaropvolgende weken volgen er bijna dagelijks AI-aankondigingen. Het plan is om de sceptici te overweldigen en een gevoel van hoop op te wekken. Het ‘Frontier AI initiative’ wordt fatsoenlijk gefinancierd met een kapitaalinjectie van €2 miljard. Er worden nog vier Gigafactories aangekondigd. Er worden nieuwe programma’s gelanceerd voor AI-adoptie. De Europese Commissie klaagt een Amerikaanse aanbieder van AI-modellen aan wegens het niet naleven van de AI Act. Zij begint ook twee procedures wegens systeemrisico’s onder de Digital Services Act over de omgang met door AI gegenereerde desinformatie, waarbij zij zich beroept op de open bepalingen van de wet.
De belangrijkste maatregel, waarover de collega’s van Caroline het hebben tijdens een koffiepauze, is een voorstel van de Commissie, gesteund door Frankrijk en Duitsland, voor een verordening inzake digitale soevereiniteit die vereist dat kritische processen van de publieke sector tegen 2032 voor 100% in Europese cloud en op Europese AI-software moeten draaien. Geen Amerikaanse AI meer, en ook geen Amerikaanse clouds. De verordening is gemodelleerd naar de Europese klimaatdoelstellingen en stelt een bindende deadline die aandacht en focus creëert. Het zorgt ook voor een groot, gegarandeerd aantal toekomstige klanten voor Europese providers.
Deze maatregelen worden goed ontvangen. De loskoppeling van de VS is populair en commentatoren prijzen de stap als sectorbeleid voor het AI-tijdperk. Europa steunt eindelijk zijn eigen technologiebedrijven. Zelfs de sceptischere collega’s van Caroline geven toe dat er eindelijk iets begint te veranderen.
Sommige economen en technische beleidsmakers spreken hun twijfels uit. Ze zeggen dat Europa geen pijnlijke compromissen meer kan vermijden. De investeringen zijn te klein en zorgen niet voor voldoende hefboomwerking. Waar zijn de marktprikkels om op Europese bodem op grote schaal rekenkracht te bouwen? De aanbestedingsdoelen voor overheidsopdrachten, zeggen ze, pakken de fundamentele kwesties niet aan, zoals de versnipperde interne markt, starre arbeidswetten die startups en AI-adoptie afremmen, of de nationale regels die sectoren zoals gezondheidszorg en juridische diensten feitelijk afsluiten. En hoewel de handhavingsacties op basis van de AI Act goed te rechtvaardigen zijn, lijken de procedures onder de Digital Services Act toch minstens gedeeltelijk politiek gemotiveerd. Moet Europa zijn gevechten niet zorgvuldiger uitkiezen?
Maar de Europese elite heeft genoeg van al die negativiteit, en dit is een positieve visie, een rally-round-the-flag moment. Als beleidsmakers twijfels hebben, blijven die meestal onuitgesproken.
Caroline heeft zeker twijfels. Ze maakt zich zorgen over het feit dat het hele AI-soevereiniteitspakket ervan uitgaat dat Europa over zes jaar nog een frontier-AI sector zal hebben die de moeite van het beschermen waard is. Wat als dat niet het geval is?
Ze schrijft een memo waarin ze oproept tot maatregelen voor een plan B, voor het geval de Europese AI-leider Helios de kloof niet kan dichten, of de Gigafactories tekortschieten, of de verplichting om Europees te kopen overheidsinstanties met slechtere tools opzadelt dan de Amerikaanse overheid. Haar directeur leest de memo zorgvuldig door. Het is, zegt hij haar, een doordachte bijdrage. Hij belooft het in de keten naar boven door te geven.
Christian: 2032? 100% soeverein?
Christian: Wat is het plan b?
Caroline: Er is er geen.
Christian: Natuurlijk niet
Onder vier ogen zeggen de Duitse bondskanselier en de Franse president tegen elkaar dat ze hebben gedaan wat mogelijk was. Zelfs zij kunnen niet zo veel politieke realiteiten tegelijkertijd doorbreken. Meer kon het systeem niet verdragen.
Juni 2027 – Sluitende vensters
In de daaropvolgende zomer lanceert het Chinese lab Zimo een open-source AI-model van dezelfde klasse als Mythos. De offensieve cybercapaciteiten die Anthropic achter Project Glasswing had vergrendeld, zijn nu beschikbaar voor iedereen. Sommige van die mensen hebben allesbehalve goede bedoelingen.
Dankzij dit nieuwe model kunnen hackers als een warm mes door de boter oude, slecht beveiligde commerciële software binnendringen. Europese universiteiten, ziekenhuizen, regionale overheden, elke instelling die niet heeft betaald voor cyberdefensie van klasse Mythos, worden buitengesloten uit hun eigen systemen, met adressen om cryptovaluta te betalen op de schermen en geen andere optie dan te betalen. Alleen degenen die AI gebruiken voor cyberdefensie hebben een kans, wat mensen woedend maakt op de AI-bedrijven. Ze hebben zelf de ziekte verspreid, en verkopen nu het medicijn, vaak tegen hoge prijzen.
Europa ervaart de consequenties van zijn poging tot soevereiniteit op de meest directe manier denkbaar. De Verordening inzake Digitale Soevereiniteit is onlangs aangenomen en verschillende lidstaten zijn al ruim van tevoren begonnen met de aanpassing van hun aankoopbeleid. De Amerikaanse AI-leider Atlas loopt mijlenver voor op de Europese AI-kampioen Helios op het vlak van cyberdefensie. Juist de instanties die zich het meest inzetten voor de ‘Koop Europees’-agenda, organisaties die uitsluitend bij Europese providers diensten aankopen, betalen nu het losgeld.
Organisaties die een Amerikaans contract aanhielden, doen het beter. Maar zelfs zij hebben een tweederangs verdediging. Sinds de Executive Order geeft de Amerikaanse regering informeel groen licht voor de vrijgave van nieuwe modellen. Het gevolg is dat de beste Amerikaanse cybermodellen Europa pas twee tot zes maanden na hun binnenlandse lancering bereiken. Dat ligt gevaarlijk dicht bij de open-source grens, en ver na het moment dat Amerikaanse hackers toegang krijgen. Officieel gaat dit over veiligheid en toezicht. Onofficieel heeft Washington een asymmetrisch voordeel ontdekt, en heeft het er geen belang bij om zich over te geven.
Caroline besteedt het grootste deel van juni aan gesprekken met nationale regeringen. De gesprekken zijn erg kort en onaangenaam.
Christian: Op welke manier gaat Brussel om met de golf aan ransomware
Caroline: Slecht. Het soevereine beleid bijt.
Christian: ironisch
Caroline: Het is niet meer grappig vanaf hier.
Christian: Sorry, je hebt gelijk
Net wanneer de situatie in Europa onhoudbaar wordt, kondigen zowel de VS als China strenge beperkingen aan op het open-sourcen van geavanceerde AI-modellen. Washington beroept zich op nationale veiligheid en wijst op de versnelling van de R&D bij concurrenten en de proliferatie van autonome cybercapaciteit. Peking spreekt over sociale stabiliteit en ordelijkheid. De twee regeringen zijn voor één keer tot dezelfde conclusie gekomen. Grensverleggende modellen zijn te gevaarlijk geworden om voor iedereen beschikbaar te zijn.
Wanneer ze het kantoor verlaat op de avond van de Chinese aankondiging, ziet Caroline een positieve stemming om haar heen. Het EU-pakket voor technische soevereiniteit had open source nog geprezen als tegenwicht voor de Amerikaanse AI-dominantie. En toch zijn haar collega’s opgelucht. De ransomwaregolf zal vertragen. Cyberaanvallen zullen afnemen, verdediging maakt een inhaalslag. De crisis is ingedamd, ook volgens haar collega’s. Weinig mensen lijken nog na te denken over wat het verbod op open source betekent voor de groeiende afhankelijkheid van Europa.
Januari 2028 – De balans opmaken
Zestien maanden na Straatsburg heeft Caroline promotie gemaakt en is ze naar een ander team gegaan.
De vooruitgang van AI is nog sneller dan in 2026, net zoals de tech-CEO’s voorspelden. Agents beheren spreadsheets, ontwerpen software en gebruiken financiële tools. Het ene model genereert een afbeelding, het andere opent Photoshop en klikt door vijftig iteraties heen totdat de compositie juist is. Caroline neemt een demo door van een agent die twee keer zo snel door bedrijfssoftware navigeert als een mens kan, zonder dat hij ook maar één fout maakt. Zij vindt het verontrustend om naar te kijken. De toonaangevende Amerikaanse labs zijn goed op weg om AI-onderzoek zelf te automatiseren; Atlas is naar de beurs gegaan, de beurswaarde is vier biljoen euro en inmiddels is iedereen het erover eens dat AI het nieuwe grote ding is.
De race is ook uitgedund als gevolg van de explosieve kapitaalvereisten en de vliegwielen van AI R&D. De Amerikaanse AI-bedrijven in vierde en vijfde positie zijn verder achterop geraakt. De ene overweegt zijn onderzoek via een partnerschap onder te brengen bij het leidende lab. Een andere heeft een parallelle cloudservice opgezet en probeert AI-chips te produceren.
Helios, die op de Europese soevereiniteitsgolf surft, heeft zijn positie weten te behouden en loopt ongeveer anderhalf jaar achter op de grensverleggende Amerikaanse AI-modellen. Ze hebben miljarden opgehaald bij nieuwe Europese investeerders en het talent niet laten weglopen.
De relatieve kloof is onveranderd, wat als een soort overwinning voelt. Maar de absolute kloof is een ander verhaal. In 2023 was achttien maanden één generatie. Nu de vooruitgang van de capaciteiten is versneld en de iteratiecycli korter zijn, zijn het er veel meer. En AI-systemen zijn niet langer alleen maar chatbots: ze leiden medicijnontwikkeling, automatiseren wiskunde en cyberbeveiliging, en voeren grote delen van het werk van veel kantoorbanen uit.
Een oude vriend van Caroline, een software-ontwikkelaar bij een Franse retailbank, vertelt haar bij een glas wijn dat zijn werkgever een soeverein AI-beleid heeft. Hij mag gedeeltelijk gebruik maken van Atlas. Het is hem niet toegestaan iets inhoudelijk te uploaden, zelfs niet de naam van de kolommen in een dataset. Hij kan Helios gebruiken, maar dat is slechter. Dus in de praktijk draait hij Atlas op zijn persoonlijke laptop, en kopieert hij de bestanden heen en weer.
Dit patroon herhaalt zich binnen de meeste grote Europese bedrijven. Iedereen weet dat dit gebeurt, maar niemand zegt het hardop.
Toch hebben sommige Brusselse politici de hoop niet opgegeven.
Het ‘Frontier AI initiative’ loopt nog op volle kracht. Frankrijk en Duitsland hebben veel politieke wil achter de non-profitorganisatie gezet. Ze hebben besloten om competitieve salarissen aan te bieden, en zijn erin geslaagd om talentvolle mensen te werven, van wie sommigen ervaring hebben opgedaan in Amerikaanse labs. Eén van de initiatieven van de organisatie, zogeheten ‘world models’ die kunnen worden gebruikt om robots te trainen, produceert werkelijk veelbelovend werk dat internationale aandacht krijgt.
De EU-begroting voor 2028 heeft aanzienlijke nieuwe middelen vrijgemaakt voor AI in de wetenschap: geneeskunde, materialen, schone energie, gebieden waar het nog steeds aannemelijk is dat Europa kan winnen. Adoptiepilots geven, na een moeilijke start, nu wel positieve resultaten. Artsen zijn productiever. Leraren melden betere resultaten voor hun leerlingen.
Ook de voorspelde werkgelegenheidsramp is vooralsnog uitgebleven. Zelfs in sectoren met een hoge adoptie vermindert AI het aantal banen niet aanzienlijk. En werknemers die AI-systemen kunnen orkestreren – consultants, advocaten, software-ingenieurs, analisten, ontwerpers – zien hun productiviteit en salarissen stijgen. Kritisch vermogen, klantrelaties en verantwoordelijkheid worden belangrijker naarmate AI routinewerk overneemt.
Een Europese premier geeft in een interview toe dat Europa traag begon, maar blijft volhouden dat het zijn achterstand zal inhalen en dat de Europese AI een nieuwe productiviteitsgroei teweegbrengt. Caroline deelt dit met Christian als ze thuiskomt.
Caroline: Misschien is mijn eigen baas toch niet zo slecht.
Christian: Geniet van de productiviteitsgolf
Christian: Het is een achterblijvende indicator
Mei 2028 – De rekenkrachtcrisis
De wereld schreeuwt nu om meer rekenkracht.
Er zijn tijdelijke oplossingen gevonden voor elk eerder knelpunt in de toeleveringsketen van AI-chips. Toen er een tekort aan chipfabrieken was, hebben TSMC en Samsung er meer gebouwd. Toen de Amerikaanse elektriciteitsnetten geen extra datacenters meer aankonden, kochten de labs mobiele gasmotoren en wekten zij hun eigen stroom op. Toen de voorraad aan geheugen met een hoge bandbreedte krap werd, werd capaciteit weggehaald bij consumentenproducten, met als gevolg dat de prijzen van smartphones sterk stegen, maar dat was uiteraard andermans probleem. Dit knelpunt is anders.
ASML, de Nederlandse halfgeleidergigant, is het enige bedrijf dat de EUV-machines die TSMC gebruikt voor AI-chips, kan produceren. De output is gestegen van zestig naar vijfentachtig machines per jaar, een serieuze verbetering, maar volstrekt onvoldoende voor de explosieve AI-vraag. ASML heeft meer dan 5.000 leveranciers in zijn toeleveringsketen. Als een van hen zijn doel mist, vertraagt de hele keten. De techniek is zo complex dat het verbeteren van één van de 100.000 onderdelen van de machines een doctoraat en jarenlange gespecialiseerde ervaring vereist. Zulke mensen tover je niet zomaar tevoorschijn.
Washington is er niet blij mee dat ASML nog steeds enkele van zijn oudere immersielithografie machines - in de industrie ‘DUVi’ genoemd - exporteert naar Chinese bedrijven die ze gebruiken om de iets minder geavanceerde AI-chips van China te maken.
Na de korte overeenstemming over open source, zijn de betrekkingen tussen de VS en China het afgelopen jaar weer verzuurd. Washington is bang dat China sneller zal bouwen zodra het zijn binnenlandse halfgeleiderindustrie heeft opgebouwd. China voegt in een duizelingwekkend tempo enorme hoeveelheden energie toe aan het net, terwijl de Amerikaanse elektriciteitsproductie relatief gezien is afgevlakt. Als AI een spel wordt van wie de meeste datacenters bouwt, zal China op lange termijn winnen. Peking maakt zich op zijn beurt zorgen dat Washington een onherstelbare militaire AI-voorsprong zal bereiken voordat China zijn halfgeleiderindustrie heeft ontwikkeld. Als dat lukt, zouden de VS hun AI-voordeel kunnen gebruiken om geopolitieke concessies af te dwingen. De zorgen in Peking worden er niet minder op doordat sommige Amerikaanse AI-CEO’s openlijk praten over het gebruik van militaire AI om autocratische regimes te ‘democratiseren’.
Washington is zich gaan realiseren dat het een kort tijdsbestek heeft om op te treden. Die voorsprong in AI is grotendeels het resultaat van slimme exportcontroles die jaren geleden werden ingesteld, op Nederlandse EUV-machines en Amerikaanse AI-chips. Nu zetten ze alles op alles. Ze voeren de druk op Den Haag op om de resterende export van ASML en het onderhoud van zijn DUVi-machines stop te zetten. Het is een forse stap, omdat China dezelfde machines gebruikt om binnenlandse chips te produceren voor alledaagse goederen zoals smartphones en laptops.
De Nederlanders verzetten zich en zoeken steun bij de andere EU-lidstaten. Zij begrijpen de redenering van Washington, maar willen niet worden gecommandeerd, laat staan meegesleurd worden in een conflict tussen grootmachten door een regering die de afgelopen twee jaar Europa heeft gepest.
De Commissie steunt de Nederlanders, maar sommige lidstaten zijn doodsbang voor Amerikaanse vergelding als Europa deze machines blijft exporteren. De Europese positie versplintert nog voordat deze zich überhaupt heeft gevormd.
De Nederlanders voelen zich verraden en wenden zich tot Japan en Zuid-Korea, landen met een vergelijkbare positie in de hardware-toeleveringsketen die ook onder Amerikaanse druk staan, om een gezamenlijke reactie te coördineren. Maar beide landen zijn sterk afhankelijk van Amerikaanse militaire steun en zijn de afgelopen twee weken door hoge Amerikaanse functionarissen bezocht. Ze zijn niet beschikbaar voor overleg.
Wanneer de Nederlanders standhouden, bedreigt Washington hen. Het kan een beroep doen op de Foreign Direct Product Rule, een regel waarmee Washington bevoegdheid kan claimen over elk product dat overal ter wereld, door wie dan ook, wordt gemaakt, zolang het werd geproduceerd met Amerikaanse technologie of software. Het is hetzelfde instrument dat Washington gebruikte om Huawei te wurgen in 2020. De machines van ASML vallen overduidelijk onder deze regeling. Als ASML doorgaat met het verkopen van DUVi’s aan China, zou dat in strijd zijn met de Amerikaanse wet. Het bedrijf kan worden geconfronteerd met verlammende straffen: intrekking van exportprivileges, civielrechtelijke boetes en, in theorie, strafrechtelijke aansprakelijkheid voor individuele leidinggevenden. Zulke sancties zouden ook schadelijk zijn voor de VS, die afhankelijk zijn van de machines van ASML. Maar ASML kan het zich niet veroorloven om de bluf van Washington te testen. De Nederlanders bezwijken onder de druk.
In Brussel leest Caroline tussen vergaderingen door het nieuws op haar telefoon. Ze denkt aan haar memo uit 2026 over de noodzaak om een plan B te maken. Ze denkt aan het vriendelijke gezicht van haar directeur toen hij haar vertelde dat het een doordachte bijdrage was.
Christian: Dit is het waarschuwingsschot
Christian: Zeg me dat ze het ook zo behandelen
Caroline: Mijn directe collega's wel.
Caroline: Anderen noemen het een tegenslag.
Christian: Ok
Christian: Genoteerd
Caroline: Ik bedoel, ik snap waarom de VS het deden.
Caroline: Maar we zijn er niet eens in geslaagd om één ding terug te onderhandelen.
Christian: Het is helemaal klote
Augustus 2028 – Het teken aan de wand
AI-modellen denken niet meer in het Engels.
In plaats van gedachten te schrijven op een digitaal kladblok, het systeem dat sinds begin 2025 wordt gebruikt en dat mensen kunnen lezen, doorlopen de nieuwe systemen lange lijsten met getallen, zogenaamde hoogdimensionale vectoren, die niemand, zelfs andere AI-modellen niet, goed kan interpreteren. Bevrijd van de noodzaak om hun complexe gedachten naar het Engels te vertalen, denken de systemen sneller en dieper. Het zorgt voor een snelle sprong qua intelligentie en capaciteiten.
Veiligheidsonderzoekers die van de innovaties horen zijn verontrust, veel van hun strategieën om modellen te controleren steunden rechtstreeks op de beschikbaarheid van deze scratchpads. Hoe weten we dat de modellen nu niet stiekem hun eigen doelen nastreven? Hoe kunnen controlesystemen verontrustend gedrag opmerken als ze de redenering van het model niet kunnen lezen? In Brussel willen deskundigen dat het AI-Office van de EU ontwikkelaars dwingt om terug te keren naar systemen met een kladblok, of om aan te tonen dat ze begrijpen wat er onder de motorkap gebeurt. Maar het AI-Office heeft zijn handen al vol met verhitte procedures tegen twee Amerikaanse ontwikkelaars. De transatlantische betrekkingen kunnen niet meer aan.
Voor de meeste mensen zijn de meest merkbare effecten op het gebied van capaciteiten. Modellen die eerder geen meerdaagse onderzoeksprojecten konden voltooien, kunnen dat nu wel. In de VS halen werkgevers die terughoudend waren over ontslagrondes nu de trekker over. De beschikbaarheid van startersbanen stagneert verder. De werkloosheid neemt toe.
Europa ziet minder druk op de arbeidsmarkt, maar ook minder groei. De Europese economie groeit met 1,6%, terwijl de VS 3,8% groei boekt. De kloof is onmiskenbaar en wordt grotendeels toegeschreven aan verschillen in het verzilveren van AI. Europa heeft grotendeels toegang tot dezelfde modellen, maar weet er niet dezelfde economische voordelen uit te halen. Daar zijn drie redenen voor.
De eerste is eigendom. De AI-bedrijven en aanbieders van infrastructuur, waarvan de inkomsten stijgen, zijn allemaal gevestigd in de VS. Europese AI-startups bestaan wel, maar het is Amerikaans durfkapitaal dat investeert tijdens de scale-up rondes, en de snelst groeiende bedrijven verplaatsen zich steeds meer naar de VS.
De tweede reden is adoptie. Ondanks de adoptiepilots in Europa hebben Amerikaanse bedrijven zich nog agressiever ingezet om AI in hun werkstromen te integreren. Sommige Europese bedrijven worden tegengehouden door versnipperde regelgeving, andere door een risicomijdende managementcultuur of door intern beleid dat het gebruik van inferieure, eigen alternatieven afdwingt. Een advocatenkantoor in Milaan dat ooit toptarieven rekende voor zijn kennis van het Italiaanse handelsrecht, concurreert nu met een Amerikaans bedrijf waarvan AI de Italiaanse, Franse en Duitse rechtsgebieden alle drie tegelijk doet, en nog sneller en goedkoper ook. De advocaten van de Italiaanse firma mogen nog altijd geen frontier-modellen gebruiken. Hetzelfde patroon speelt zich af in consulting, software, marketing en finance.
De derde reden is wat er gebeurt met de bedrijven die AI wel adopteren. Veel middelgrote Amerikaanse bedrijven herstructureren zich in maanden rond AI door plattere managementstructuren, kleinere teams en snellere cycli, terwijl dat bij Europese bedrijven vaak jaren duurt. Ondernemingsraden vertragen de vergaande adoptie van krachtige AI, en arbeidsbescherming maakt het moeilijk om personeel te ontslaan wiens banen kunnen worden geautomatiseerd en wiens arbeid elders in de economie tekorten op zou kunnen lossen. Terwijl sommige werknemers veel productiever worden met behulp van AI, doet een klein maar groeiend aantal Europese werknemers schijnwerk. Ze loggen in, wonen vergaderingen bij, maar laten voor de rest agents het grootste deel van het werk doen in een fractie van de tijd. Dit brengt ook voordelen met zich mee. Het betekent extra tijd voor het gezin, lange lunches en middagwandelingen. De keerzijde is dat bedrijven betalen voor zowel AI als minder productieve menselijke werknemers, en dat het kapitaal dat de groei zou moeten financieren vast blijft zitten in het onderhoud van de bestaande beroepsbevolking.
Dit komt op een moment dat de Europese economie het al moeilijk heeft. Haar belangrijkste industrieën verplaatsen zich steeds meer naar het buitenland, met haar ooit zo geprezen autofabrikanten onder de zwaarst getroffen ondernemingen. Nadat ze de opkomst van elektrische voertuigen hebben gemist, worden ze nu geconfronteerd met enorme druk van goedkopere en betere Chinese auto’s, waardoor de toekomst van miljoenen werknemers onzeker wordt.
En nu begint ook de Europese belastinggrondslag te eroderen. Geld dat vroeger naar de arbeid vloeide, stroomt nu steeds vaker naar Amerikaanse bedrijven en hun investeerders, veelal via belastingparadijzen waar Europese belastingdiensten niet bij kunnen. Tegelijkertijd kruipen de werkloosheidsaanvragen op het hele continent omhoog, niet dramatisch, maar de cijfers in de VS laten zien waar de trend heen wijst. En de AI-hausse drijft de mondiale rente op, waardoor landen als Frankrijk elk jaar meer van hun begroting moeten reserveren voor het aflossen van staatsschuld.
Caroline: Ik denk dat ik je eindelijk begrijp.
Caroline: De enige echte remedie voor de doemspiraal waar Europa in zit, is economische groei.
Caroline: Maar de groei vindt plaats in de VS.
Christian: Juist
Caroline: Ik kwam net een oude klasgenoot van mij tegen.
Caroline: Ze werkt 3 uur per dag.
Caroline: Ze laat haar agents de rest doen.
Caroline: Blijkbaar is ze begonnen met tuinieren.
Christian: Goed voor haar, denk ik
November 2028 – Vox populi
Het zijn de Amerikaanse presidentsverkiezingen. De wereld houdt, zoals altijd, zijn adem in.
AI was hét bepalende thema van de campagne, maar niet op de manier waarop de sector had gehoopt. Inmiddels willen de meeste Amerikanen nog weinig te maken hebben met AI. Klimaatgroepen maken zich zorgen over het energieverbruik van datacenters, vakbonden maken zich zorgen over banen. Leraren willen het uit de klaslokalen, advocaten willen het uit de rechtszalen.
Tijdens de voorverkiezingen voerden populisten, zowel links als rechts, campagne met een sterke anti-AI-boodschap. Ze riepen op tot moratoria op datacenters, bescherming van werknemers, een verbod op AI in het onderwijs en leeftijdsbeperkingen. De algemene verkiezingen leverden meer gematigde kandidaten op - sterke industriële banden hielpen de presidentiële campagnes te financieren - maar het sentiment bleef. Mensen zijn boos.
Anti-AI-opvattingen beslaan het politieke spectrum, maar ze brengen mensen niet samen. Er zijn breuken ontstaan, niet alleen langs de Democratisch-Republikeinse lijn, maar ook tussen de elite die AI gebruikt en de middenklasse die het beangstigend, onmenselijk of immoreel vindt, en die de ongelijkheid voor haar ogen ziet toenemen. Steeds meer mensen gaan de straat op en al meerdere CEO’s van technologiebedrijven zijn het doelwit geweest van moordaanslagen. Onlangs is een datacenter in brand gestoken. Maar de Amerikaanse regering kan AI niet aan banden leggen. De nieuwe president is er, net als de vorige, van overtuigd dat de VS de AI-race met China moet winnen, op straffe van onaanvaardbare bedreigingen voor de nationale veiligheid. Dus in plaats van het volk te geven wat het wil, komt hij met wat provisorische oplossingen om het te kalmeren.
Het anti-AI-sentiment verspreidt zich ook naar Europa. Mensen zijn woedend op Amerikaanse technologiebedrijven en ze willen dat overheden actie ondernemen. Ze vragen om sterkere sociale vangnetten, zonder zich te realiseren dat Europa nauwelijks kan betalen wat het al heeft.
Ondertussen raken de Europese AI-bedrijven nog verder achterop.
De kloof tussen Helios en Atlas is nog groter geworden, ondanks de overheidsinvesteringen, de subsidies voor rekenkracht en de preferentiële aanbestedingscontracten van de overheid. Amerikaanse bedrijven, ondersteund door zwermen van interne AI-agenten die de meeste van hun eigen code schrijven, maken algoritmische vooruitgang die twee keer sneller is dan die van de mens. Alleen beperkingen in rekenkracht verhinderen een nog snellere vooruitgang, en Atlas heeft meer rekenkracht dan wie dan ook in de geschiedenis. De factor waarmee onderzoek bij Helios wordt versneld door AI, met een fractie van de rekenkracht en zonder toegang tot de beste Amerikaanse modellen voor intern gebruik, is nauwelijks meetbaar. Iedere maand wordt de kloof groter.
Publieke inspanningen leveren publieke goederen op, maar versterken de Europese soevereiniteit niet significant. Het ‘Frontier AI Initiative’ heeft indrukwekkende vooruitgang geboekt op het vlak van interpreteerbaarheid, wat de betrouwbaarheid van AI wereldwijd ten goede komt, maar het onderzoeksprogramma over ‘world models’ is gekaapt. Zodra de resultaten binnen begonnen te komen, nam Atlas kennis van de vooruitgang van het programma, stelde razendsnel een eigen team samen en slaagde erin vier van de beste onderzoekers van het ‘Frontier AI Initiative’ te kapen in ruil voor astronomische budgetten voor rekenkracht. De onderzoekers wilden blijven, vertellen ze hun collega’s bij hun vertrek, ze geloofden in het Europese project en wilden helpen. Maar op een gegeven moment is geloof alleen niet meer genoeg.
Het publiek ziet dat de grote AI-strategie van de EU aan het falen is. Investeringen hebben bedrijven zoals Helios niet in staat gesteld hun achterstand in te halen. Regelgevende maatregelen in het kader van de DSA hebben het speelveld niet gelijkgetrokken. Hun meest zichtbare bijdrage was de ergernis die ze opwekten bij de Amerikanen en de verslechterde relaties tussen de VS en de EU.
Maar Europa heeft een enorm politiek kapitaal - ook echt kapitaal - in het project gestoken, en nu opgeven zou betekenen dat het moet toegeven dat het twee jaar en tientallen miljarden euro’s aan een doodlopend pad heeft besteed. In plaats daarvan zetten ze dus volop in.
De Europese Commissie kondigt een nieuw Europees AI-soevereiniteitsfonds van €20 miljard aan, dat zich richt op fotonica, edge AI en andere ‘next-wave’ paradigma’s. Het is overduidelijk een gewaagde gok. Dezelfde instellingen die er niet in slaagden om geld om te zetten in frontier-AI, worden nu gevraagd het opnieuw te proberen met een moeilijker doel in minder tijd. Het is, zegt een Pools lid van het Europees Parlement tegen Caroline bij een receptie, het eerste bekende geval van het verhogen van je inzet zonder kaarten in je hand.
Er verschijnen scheuren. In Duitsland staat een populistische partij met een expliciet anti-AI-platform – Stop de machines, red Duitse banen – in de peilingen bovenaan bij de komende federale verkiezingen. In Italië, waar eurosceptische regeringen al een half decennium de norm zijn, voeren populistische partijen openlijk campagne voor een referendum over het EU-lidmaatschap.
In Parijs raakt het geduld op. Het Élysée gelooft niet langer dat het plan van de EU binnen de gestelde termijnen zal leveren. Helios, de enige echte Europese speler op het gebied van LLMs, is wellicht slechts maanden verwijderd van definitief weggeconcurreerd worden. Na intensieve onderhandelingen kondigt Frankrijk een staatsinvestering van €15 miljard in Helios aan in ruil voor een belang van 17%, een bestuurszetel en een vetorecht over toekomstige financieringsrondes.
Christian: Frankrijk heeft net een lijk gekocht
Caroline: Dat is niet eerlijk.
Caroline: Deze mensen proberen tenminste iets te doen.
Christian: Dat verandert de feiten niet.
Januari 2029 – Dromen van een roboteconomie
De AI-strategie van China lijkt sterk op die van de EU, behalve op één cruciaal punt: ze lijkt te werken. Net zoals Brussel steunt Peking zijn meest veelbelovende bedrijven, beschermt het de sector via subsidies en aanbestedingen en dringt het aan op snelle adoptie. Maar het is voor een gecentraliseerde, autoritaire staat makkelijker om zijn eigen agenda door te drukken dan bij zevenentwintig kibbelende lidstaten in een liberale democratie. Toen de Chinese rekenkracht versnipperd was tussen verschillende AI-bedrijven, beval de Chinese Communistische Partij om hun middelen te bundelen. De Europese Commissie heeft zulke bevoegdheden niet. China’s talentpool is dieper, en het heeft toegang tot goedkope, overvloedige energie. Chinese AI-bedrijven blijven minder dan 12 maanden achter op de VS.
Belangrijker nog: China gelooft niet dat zijn strategie afhangt van meedoen met de allernieuwste ontwikkelingen op het vlak van AI. De overheid heeft altijd gewild dat AI eerst de fysieke economie een impuls gaf, en heeft een enorm voordeel in de productie van robots. Massale overheidssubsidies hebben de jaarlijkse productie van humanoïden - mensachtige robots - boven 1 miljoen stuks getild. Een huishoudrobot kan nu worden gekocht voor € 10.000. In steden als Shenzhen is het gebruikelijk om humanoïden de straten te zien schoonmaken of robots met vier poten pakketten te zien afleveren. Peking gokt erop dat het alleen maar dicht op de hielen van Silicon Valley moet blijven qua AI, zodat het zijn industriële voordeel kan uitbuiten zodra er meer robotica-relevante toepassingen opduiken.
Die gok lijkt nog steeds levensvatbaar, en in de VS neemt de bezorgdheid toe. Amerikaanse politici zijn de AI-race met China een tweede Koude Oorlog gaan noemen. De spanningen zijn verder toegenomen sinds de VS ASML heeft gedwongen om de export naar China stop te zetten, en Peking en Washington hebben sindsdien hun beveiliging rond AI-ontwikkelingen verder versterkt. In de VS worden onderzoekers gescreend door inlichtingendiensten en hebben ze een veiligheidsmachtiging nodig om toegang te krijgen tot de meest geavanceerde modellen. De federale overheid beschuldigt China regelmatig van het stelen van algoritmische geheimen. China heeft Zimo deels genationaliseerd en legt zijn aanzienlijke gewicht in de schaal voor AI-inspanningen. Wanneer een deel van het Chinese elektriciteitsnet in de buurt van een groot datacenter van Zimo uitvalt, worden er geruchten verspreid dat dit het resultaat was van een door de VS gesteunde, AI-gestuurde cyberaanval.
Christian: Ik ben in Shenzhen.
Christian: Een robot met een matrooshoedje maakte net een negroni voor me
Christian: Ze maken robots hier alsof het paperclips zijn
Caroline: Was de negroni lekker?
Christian: Ja, geweldig
April 2029 – De poorten sluiten
De vraag naar AI schiet omhoog, en het aanbod van rekenkracht kan het niet bijbenen. De labs beperken de toegang tot hun frontiermodellen en gooien hun prijzen omhoog. Bedrijven schreeuwen om tokens.
Amerikaanse bedrijven beheren 70 procent van de mondiale rekenkracht voor AI, en verkopen hun diensten over de hele wereld. Dit betekent dat Amerikaanse infrastructuur wordt gebruikt om buitenlandse bedrijven productiever te maken, buitenlandse legers te versterken en buitenlandse labs competitiever te maken, hoewel dat laatste via illegale distillatie-aanvallen gebeurt, niet via legitieme verkoop. Washington maakt zich er met de dag meer zorgen over.
De Amerikaanse nationale veiligheidscontrole is nu geformaliseerd, en doet niet langer alsof ze vrijwillig is. Toegang tot de meest capabele modellen wordt standaard beperkt, deels om rekenkracht te sparen voor Amerikaanse klanten. Binnenlandse overheidsinstanties krijgen de modellen eerst, bevriende regeringen daarna en vijandige naties helemaal niet.
Toegang tot de modellen en hun parameters is één ding. Het tekort aan rekenkracht betekent echter dat inference - het draaien van de modellen - ook een hoge prijs heeft, en in april heeft Washington er genoeg van gehad. Het begint dus niet alleen de toegang te beperken, maar ook het gebruik te rantsoeneren, zelfs voor de bondgenoten.
De Frontier Inference Services Rule (FISR) is een licentiesysteem op landenbasis. Tier 1-landen – nauwe bondgenoten, zoals de Engelstalige ‘Five Eyes’-inlichtingenpartners, maar ook Japan, Zuid-Korea, Taiwan en Nederland – krijgen onbeperkte commerciële toegang en nauwelijks rapportageverplichtingen. Tier 3, vijandige landen zoals Iran, Rusland en China, krijgen standaard helemaal geen toegang. Het grootste deel van Europa hoort bij de pakweg 100 Tier 2-landen daartussenin. FISR schrijft voor dat niet meer dan 25 procent van het totale gebruik van frontier-modellen naar Tier 2-klanten mag gaan, waarbij individuele licenties worden beoordeeld aan de hand van een lijst van factoren, waaronder ‘afstemming op de nationale veiligheidsbelangen van de Verenigde Staten’.
Voor Brussel is de 25 procent het getal dat telt, en dat is slecht nieuws. De Europese klanten nemen momenteel bijna een kwart van het gebruik van frontier-modellen van de VS voor hun rekening. Een eerlijke verdeling van de middelen met ongeveer tachtig andere landen zou grofweg een halvering van de Europese toewijzingen betekenen. Binnen een week krijgen Europese zakelijke klanten zonder langlopende contracten berichten van hun providers: volumes omlaag, prijzen omhoog. Overstappen kan niet, omdat alle Amerikaanse aanbieders onder dezelfde beperkingen staan.
Europa is afhankelijk van Amerikaanse AI, maar de VS is niet afhankelijk van Europa. Rekenkracht is nu zo schaars dat het verlies van Europese klanten geen merkbaar effect heeft op de winstcijfers van de labs. Ze zaten toch al tegen hun capaciteitsplafond, dus het gebruik dat ze niet meer aan Europa verkopen, kan worden ingezet voor latente Amerikaanse vraag of hun interne R&D. Atlas en zijn concurrenten dringen er bij het Witte Huis achter de schermen op aan om de koers te wijzigen. De restricties dreigen toekomstige markten af te sluiten, en leveren slechte PR op. Maar ze zijn niet bereid om hun zorgen in het openbaar te uiten, want naarmate de nationale veiligheidsbeperkingen rond AI toenemen, wordt het steeds belangrijker om goede relaties te onderhouden met de federale overheid. Bovendien zijn ze gericht op het winnen van de race om het beste model, en het behouden van controle over AI-systemen die snel slimmer worden dan de mensen die ze ontwikkelen. Er is weinig druk op Washington om zijn standpunt te verzachten.
In Brussel wordt een spoedbijeenkomst van de Europese Raad bijeengeroepen. Franse en Duitse ministers gaan naar Washington om de Tier 1-status te eisen. Zij krijgen te horen dat Tier 2 ‘de huidige stand van de bilaterale relatie’ beter weergeeft.
Caroline leest het nieuws in de metro naar huis. Ze heeft altijd geweten dat dit moment zou komen. Maar het komt nog steeds hard binnen.
Caroline: Ze begrijpen het nu. Het is gewoon te laat.
Christian: Ja
Christian: Daar was ik al bang voor
Christian: Hoe lang voor ze dreigen om alle toegang te schrappen
Caroline: Ik was net hetzelfde aan het denken.
Mei 2029 – Kantelpunt
Een week na het opleggen van het inference-plafond rinkelen de telefoons in de Europese hoofdsteden, omdat panikerende bedrijven proberen het onvermijdelijke uit te stellen. Een Franse CEO van een nutsbedrijf belt het Élysée om te zeggen dat zijn cybersecurityteams al terrein verliezen door AI-geleide aanvallen, en dat de halvering van de toegang tot Amerikaanse frontiermodellen kritieke infrastructuur gevaarlijk kwetsbaar zou maken.
Het hoofd van een Deense logistieke gigant vertelt de premier van het land dat het bedrijf na jarenlange optimalisatie afhankelijk is geworden van Amerikaanse systemen die het nu niet zomaar kan vervangen, en dat het volledige bedrijfsmodel gevaar loopt. Een Duitse delegatie van kleinere bedrijven waarschuwt de Bondskanselarij dat alleen al door prijsstijgingen duizenden kleine bedrijven überhaupt geen gebruik meer kunnen maken van frontier AI.
Europese bedrijven die slim genoeg waren om hun soevereine AI-beleid uit te stellen of erop terug te komen, hebben jarenlang hun activiteiten rond de meest geavanceerde agents opgebouwd. En nu dreigen die agents onder hun neus te worden weggetrokken. De Europese alternatieven lopen bijna twee jaar achter. De Chinese alternatieven zijn geen optie voor wie een compliance-afdeling heeft.
In Brussel wordt eindelijk niet meer geopperd dat de hype rond AI overdreven zou zijn. Caroline heeft de term ‘bubbel’ al maanden niet meer gehoord. Haar directeur, die altijd zei dat ze overdreef, brengt nu zijn dagen door met telefoontjes naar de nationale hoofdsteden, om de schade in kaart te brengen. Hij komt dinsdagmiddag langs bij haar bureau met twee koffietjes en geeft haar er eentje. Ze drinken ze op zonder veel te zeggen. Het is, beseft ze, het dichtste bij een verontschuldiging dat hij kan aanbieden.
Iedereen begrijpt het probleem nu, maar het probleem begrijpen en het kunnen oplossen zijn twee verschillende zaken. De vraag naar de modellen van Helios is geëxplodeerd, tot ver boven de capaciteit van het bedrijf. De Gigafactories zijn eindelijk in aanbouw, maar zullen pas volgend jaar online komen. En zelfs dan zal het slechts een fractie zijn van wat nodig is om de kloof te dichten.
Christian: Weet je wat het grappige is
Christian: Frankrijk gaat een fortuin verdienen aan die Helios investering
Christian: De nieuwe vraag gaat door het dak
Caroline: Dat noem ik nog eens een 3D-schaakspel
De Europese economie wordt de keel dichtgeknepen. Na een reeks gespannen telefoontjes met Washington besluiten de Europese leiders dat er iets drastisch ondernomen moet worden. Voor het eerst in haar geschiedenis opent de Commissie een formeel onderzoek onder het ‘Anti-Coercion Instrument’ - de handelsbazooka - zoals de Brusselse pers het al jaren noemt, toen het nog een afschrikmiddel was dat niemand verwachtte ooit te moeten gebruiken.
Na vier maanden onderzoek is de conclusie dat FISR een vorm van economische dwang is. Maar de evaluatie leidt ook tot een ongemakkelijke conclusie: de voor de hand liggende vergelding werkt averechts. Heffingen op Amerikaanse cloud- en digitale diensten zouden de prijs opdrijven van precies de frontier-inference waar Europese bedrijven al wanhopig achteraan rennen. Amerikaanse aanbieders uitsluiten van overheidsopdrachten, de dreiging die tien jaar geleden nog pijnlijk zou zijn geweest, is nu irrelevant geworden – de digitale soevereiniteitsverordening doet dit toch al.
Dus grijpen de voorgestelde vergeldingsmaatregelen naar minder voor de hand liggende instrumenten: het opschorten van de bescherming van intellectuele eigendom die Amerikaanse labs in de interne markt genieten, en het screenen of blokkeren van Amerikaanse overnames van Europese bedrijven. De maatregelen zijn bedoeld om de exporteurs van Washington te treffen zonder de eigen budgetten voor rekenkracht van Europa aan te tasten.
De maatregel die de meeste pijn zou toebrengen is de maatregel die gericht is op de toeleveringsketen van lithografie: de beperking van de export en het onderhoud van ASML aan Amerikaanse chipfabrieken in Arizona. Het is ook een nucleaire maatregel die kan leiden tot een reactie die Europa zich misschien niet kan veroorloven.
Bij een stemming wordt de vereiste meerderheid niet gehaald. Nederland en Ierland stemmen tegen, vanwege transatlantische betrekkingen. Polen en de Baltische staten, die zich zorgen maken over Rusland, doen hetzelfde. Italië onthoudt zich. Officieel zegt een hoge ambtenaar van de Commissie tegen verslaggevers dat het resultaat de ‘verschillende nationale beoordelingen van de strategische omgeving’ weerspiegelt. Onofficieel vertelt een Franse ambtenaar diezelfde verslaggevers dat de afgevaardigden te bang zijn voor Washington om het wapen te gebruiken dat ze tien jaar lang hebben gebouwd.
Caroline brengt het grootste deel van de zomer door in crisisvergaderingen. Dezelfde mensen die haar een paar jaar geleden vertelden dat alles in orde zou komen, vragen haar nu of er nog iets gedaan kan worden. Ze vertelt hen dat het moment waarop nog echt ingegrepen kon worden ergens tussen 2025 en 2027 is verstreken. Wat nu nog rest, is schadebeperking.
Februari 2030 – Arbeidsschok
Europa’s wittebroodsweken van schijnwerk, waarin mensen gingen tuinieren terwijl agents hun werk deden en hun bedrijven ze niet mochten ontslaan, houden geen stand.
Europese bedrijven, die vastzitten aan het betalen van een volwaardig personeelsbestand, kunnen niet concurreren met hun efficiëntere Amerikaanse rivalen, vooral omdat ze gehinderd worden door slechtere modellen en schaarsere, duurdere inference. De schok treft eerst de sectoren die het meest aan AI zijn blootgesteld. Softwarebedrijven verliezen omdat Amerikaanse bedrijven sneller en tegen een fractie van de kosten kunnen leveren. Adviesbureaus in het middensegment zien dat hun advies makkelijk kan worden bedacht door frontiermodellen, en hebben dus weinig meer toe te voegen.
Bovendien worden de AI-systemen telkens beter en beter. Continu leren werd vaak de laatste hindernis genoemd voor echte automatisering van cognitieve arbeid. Menselijke werknemers bouwen context, kritisch vermogen en stilzwijgende kennis op tijdens hun carrière. AI-systemen begonnen elk nieuw gesprek met precies dezelfde parameters. Lange context windows en extern geheugen losten een deel van dit probleem op, maar het model leerde nooit echt iets nieuws na de trainingsfase.
Daar is echter verandering in gekomen. Als het nieuwste model van Atlas zes weken in een adviesbureau doorbrengt, begint het te schrijven op dezelfde manier waarop het bedrijf dat doet. Het leert wie ondergeschikt is aan wie, welke klanten slecht nieuws niet zo goed kunnen hebben, en welke senior werknemers een reputatie hebben waarop men kan bouwen. De implementatie is nog niet perfect, maar fouten zijn zeldzaam en de prijs waard. Cognitieve banen die ooit veilig werden geacht, beschermd door contextgevoelig oordeelsvermogen of institutionele, onleesbare kennis, liggen nu ook onder vuur.
Weinig mensen worden actief ontslagen vanwege AI, maar het probleem is dat bedrijven die vastzitten in crisismodus geen nieuwe banen meer creëren. De arbeidsmarkt voor starters is nog nooit zo slecht geweest. Advocatenkantoren, financiële bedrijven, boekhoudkantoren, iedereen die nog de tarieven van de grensverleggende modellen kan betalen, of verstandig genoeg was om een langetermijncontract te tekenen, hebben hun instroom gepauzeerd of verminderd.
Carolines jongere broer haalde afgelopen zomer een master in logistiek management en is sindsdien op zoek naar werk. Ze eten één keer per maand samen in Parijs, zij betaalt, en hij vraagt aan haar of hij zich moet omscholen. Ze weet niet wat ze hem moet vertellen. Er is een tekort aan verpleegkundigen, maar hij kan niet tegen het zien van bloed. Voor een ambacht is hij ook niet in de wieg gelegd. Hij knikt, bestelt nog een biertje, en ze laat hem van onderwerp veranderen.
Politici die hun carrière bouwden op anti-AI-platforms hebben gelijk gekregen. Wie zich op de vlakte hield, heeft het zwaar. Protesten worden routine in Europese hoofdsteden. Sommige demonstranten eisen arbeidsbescherming, sommige eisen een verbod op Amerikaanse AI, sommige eisen een verbod op alle AI, allemaal eisen ze dat iemand ergens in een gebouw iets doet.
Europese inlichtingendiensten wijzen al ruim een jaar op gecoördineerde informatieoperaties die zijn gericht op het Europese publiek. De verhalen zijn afgestemd op lokale angsten: De Amerikaanse technologie holt ons continent uit, Washington behandelt Europa als een vazalstaat en de transatlantische relatie is eenrichtingsverkeer. Geen van deze verhalen is ronduit onwaar. Den Haag en Berlijn wijzen naar Peking. Het publiek, dat het eens is met het onderliggende sentiment, ongeacht wie het versterkt, lijkt het niet veel te kunnen schelen.
Christian: Hoe gaat het in Europa
Caroline: Mensen zijn boos, begrijpelijk.
Christian: Het is hier ook niet geweldig
Christian: Er is weer een datacenter in de fik gezet vorige week
Caroline: Ik zag het.
Christian: Iedereen voelt alsof ze aan het verliezen zijn
Christian: Behalve de labs
Juni 2030 – Een aanbod dat je niet kunt weigeren
China is toonaangevend in robotica. Maar nu gaat Atlas ook alles op alles zetten.
Het kondigt plannen aan om honderden miljarden uit te geven aan industriële gegevens en productiecapaciteit om robots te gaan bouwen op een schaal die vergelijkbaar is met die van China. De CEO legt zijn redenering uit: Amerika loopt nog steeds voor in AI-software. Met de hulp van zijn nieuwe ‘world model’-team is hij erin geslaagd de laatste obstakels te overwinnen die een belemmering vormen voor algemene robotica. Maar het zal jaren duren om fysieke toeleveringsketens op te bouwen. Als Atlas eerder is dan zijn concurrenten, zal het voordeel zich opstapelen: binnenkort zullen robots de fabrieken bouwen die de robots zullen bouwen, net zoals AI nu de code schrijft die AI verbetert.
En er is werk aan de winkel om China in te halen. Het duurt in de VS twee jaar om een nieuwe robotfabriek te bouwen, in China slechts zeven maanden. Een decennium lang datacenters opschalen heeft de VS aan zijn energieplafond gebracht, en het Amerikaanse volk is haatdragend geworden over alles wat met AI te maken heeft. Nieuwe energiecentrales stuiten op lokaal verzet en lokale politici kiezen de kant van hun kiezers. De onmiskenbare groei van de economie wordt belemmerd door infrastructuur, ongelijkheid en de publieke opinie.
Dus besluit de CEO dat de snelste weg vooruit niet bouwen maar kopen is - bestaande fabrieken ombouwen. Ondersteund door bevriende investeringsfondsen gaat hij bij industriële bedrijven op zoek naar bruikbare vloerruimte die kan worden overgedragen voor de productie van robots op wielen, viervoeters en humanoïden.
Europese autofabrikanten staan hoog op die lijst. Na jaren van Chinese concurrentie is de grootste autofabrikant van Duitsland bijna failliet. De beurswaarde is met 80% gedaald sinds de pre-EV-piek, tot €18 miljard. Voor Atlas, dat nu $13 biljoen waard is, is dat wisselgeld. Het Duitse arbeidsrecht heeft de autofabrikant gedwongen om zijn onnodig grote personeelsbestand te behouden. Hun loon kan niet langer betaald worden en aandeelhouders zijn al twee jaar actief op zoek naar een exit. Voor een bedrijf dat op zoek is naar high-tech productie om tientallen miljoenen robots per jaar te bouwen, is dit een ideale kans.
Berlijn gaat niet akkoord. Het blokkeert de verkoop om redenen van nationale veiligheid, maar insiders weten dat het eerder om nationale trots gaat.
Atlas trekt zich niet terug. De CEO belt de Amerikaanse president, die al eerder publiekelijk heeft gezegd dat wie robotica wint, de economie wint, en dat China sneller gaat dan Washington zal tolereren. Binnen 72 uur kondigt het Witte Huis aan dat er torenhoge importheffingen worden geheven voor Europese auto’s. Officieel heeft de actie niets te maken met de poging om de autobouwer te kopen.
Drie weken later wordt een verkoop aangekondigd, vermomd als een partnerschap. De Duitse staat neemt een belang van 20 procent in de nieuwe entiteit en de bestaande Raad van Bestuur behoudt de nominale zeggenschap. In het persbericht wordt het woord ‘Europees’ maar liefst elf keer gebruikt.
Achter de schermen heeft Atlas de touwtjes in handen. Atlas heeft de operationele meerderheid, de licentierechten op het productieplatform en het recht van eerste weigering bij toekomstige kapitaalwerving. Winsten lopen via een holding in Delaware. De eer van Berlijn wordt gered, maar daar is alles mee gezegd.
Het patroon herhaalt zich in de daaropvolgende maanden meerdere malen. De Raad van Bestuur heeft de fiduciaire plicht om in het belang van de aandeelhouders op te treden. Wanneer het aanbod ruim boven de marktwaarde ligt en het alternatief faillissement is, zijn de belangen van de aandeelhouders erg duidelijk. De ene na de andere hightechfabrikant - robotica, lucht- en ruimtevaarttechniek, gespecialiseerde gereedschapsmakers - wordt overgenomen en geherstructureerd door Amerikaanse bedrijven. De officiële uitleg is dat hierdoor banen worden beschermd en vitale voorzieningen op Europees grondgebied blijven, maar in werkelijkheid heeft Europa geen aannemelijk tegenaanbod.
Christian: Nummer elf
Caroline: Ik heb ook geteld
Christian: uiteraard
Augustus 2030 – Het model stort in
De VS proberen Europa niet te vernietigen. Ze proberen China te verslaan in een race die ze als existentieel beschouwen. Maar vanuit het oogpunt van Caroline is het soms moeilijk om het verschil te zien.
Europa heeft eerder zoiets meegemaakt, na de financiële crisis van 2008. Uitgaven aan sociale zekerheid stijgen terwijl de belastinginkomsten dalen. Regeringen lenen tegen groei die er niet komt. Kredietverstrekkers verscherpen hun voorwaarden. Bij elke stap worden de resterende opties van de beleidsmakers minder en slechter.
In Parijs legt de minister van Financiën een begroting voor aan de Nationale Assemblée die niemand in de zaal, ook hijzelf niet, gelooft. Er zijn drie getallen die simpelweg niet met elkaar te verzoenen zijn: de sociale uitgaven naderen het niveau van het COVID-tijdperk, de inkomsten uit vennootschapsbelasting zijn met 9 procent gedaald, en 10 procent van de begroting wordt besteed aan het aflossen van de steeds hogere schulden. De enige manier om zelfs maar te doen alsof de situatie houdbaar is, is door totaal onrealistische groei te veronderstellen, waar iedereen meteen doorheen prikt.
Caroline bekijkt het op haar telefoon tijdens de lunch. Ze denkt aan haar broer. Hij heeft geen werk gevonden. Hij heeft een studieschuld en geen spaargeld, en is weer bij hun ouders gaan wonen. Een aantal van zijn vrienden hebben hetzelfde gedaan en sommigen overwegen zelfs om naar het Verenigd Koninkrijk te verhuizen, dat de AI-transitie, tot de verrassing van velen, veel beter heeft aangepakt dan de meeste EU-landen.
Moody’s zet Frankrijk binnen een maand op de negatieve waarschuwingslijst. S&P doet hetzelfde. De daadwerkelijke kredietverlaging komt later, maar de markt heeft het nu al ingeprijsd. De kosten om kapitaal te lenen zijn voor de Franse overheid nu een stuk hoger dan voor Duitsland; het is de grootste kloof sinds de invoering van de gemeenschappelijke munt. De markten zijn er niet meer zeker van dat een Franse euro en een Duitse euro hetzelfde zijn, of dat de eurozone bij elkaar kan blijven.
In september bedragen de rentebetalingen op de Franse schulden 12 procent van de begroting. In november beoordelen de kredietbeoordelaars de Franse kredietwaardigheid niet meer eens per kwartaal, maar eens per maand. Italië, Spanje en Griekenland worden kort na elkaar gedegradeerd. In alle vier de landen is het geld dat vroeger in de schatkist belandde omgeleid naar Amerikaanse balansen, en de resterende belastinggrondslag wordt overschaduwd door stijgende welzijns- en rentekosten. Bij iedere economische raming worden de groeiverwachtingen naar beneden bijgesteld.
Rond dezelfde tijd duiken de eerste leningen op. Een door de Chinese staat gesteunde kredietverstrekker opent een kredietlijn voor een Portugese infrastructuurbank. Een tweede herfinanciert een deel van de Griekse staatsschuld tegen voorwaarden die geen enkele Europese instelling kan evenaren. Een derde staat garant voor een Spaanse regionale overheid. Een uitgelekte memo van de Commissie beschrijft het patroon als ‘strategisch gemotiveerde kapitaalinzet’. Niemand weet precies wat de strategie is. Sommige analisten denken dat Peking ASML of een EUV-licentieovereenkomst wil. Anderen denken dat ze Europa en de Verenigde Staten uit elkaar willen drijven.
Christian: Heb je de Franse cijfers gezien
Caroline: Wat me meer zorgen baart zijn de Chinese leningen.
Caroline: We raken verscheurd.
Christian: Het spijt me
Christian: Het spijt me echt
De politieke gevolgen laten niet lang op zich wachten. De protesten blijven aanhouden tot ze gewelddadig worden. De schermen van het Berlaymont-gebouw tonen rellen in Parijs en Rome. Het zijn vooral jongeren, die weinig andere overtuigingen delen dan dat het systeem hen in de steek heeft gelaten. Populistische partijen, vaak expliciet anti-AI en anti-VS, staan in de meeste EU-landen bovenaan de peilingen. Europa is aan het versplinteren. Zuid-Europa heeft hulp nodig uit het noorden, maar zelfs landen die niet volledig gebukt gaan onder schulden en in principe kunnen helpen, zoals Duitsland, worden geconfronteerd met hun eigen interne crises.
Stukjes van het blok beginnen weg te drijven. Slowakije doet niet langer alsof het de Commissie serieus neemt op andere onderwerpen dan handel. Polen en de Baltische staten, die op hun hoede zijn voor Rusland en niet langer vertrouwen hebben in de EU om hen te redden, versterken hun banden met de VS. Scandinavië, dat zijn eigen datacenters bouwde en dus een onderhandelingspositie heeft, vormt zijn eigen coalitie zonder Brussel. Veel mensen in het Verenigd Koninkrijk concluderen dat de Brexit toch ergens goed voor is geweest: ze kunnen nu makkelijker bilaterale deals over AI sluiten met Washington.
Aan de overkant van de Atlantische Oceaan ziet het plaatje er anders uit. Door haar eigen anti-AI-beweging heeft de Amerikaanse regering werkgelegenheidsgaranties ingevoerd en rechtstreekse geldoverdrachten op een schaal die Europa niet eens kan overwegen. De protesten daar zijn niet gestopt, maar de regering heeft wel wat tijd gewonnen. Het contrast ontgaat het Europese publiek niet, en de Europese ministers van Financiën evenmin, die begrijpen dat de Amerikaanse reactie wordt gefinancierd door groei, gestimuleerd door AI, die hun eigen economieën niet kunnen bieden.
Tegen januari 2031 staat de euro aanhoudend onder druk. Kapitaal verlaat Zuid-Europa en keert niet meer terug. De ECB grijpt in, grijpt opnieuw in en heeft vervolgens geen geloofwaardige instrumenten meer. Tegen eind februari verplaatsen de spaarders van Italiaanse en Griekse banken hun geld sneller naar het noorden dan de ECB het kan aanvullen. De euro in zijn huidige vorm is niet langer iets wat de Europese ambtenaren achter gesloten deuren nog verdedigen.
Christian: Hoe gaat het
Caroline: Wel oke
Christian: Kom naar San Francisco
Christian: Serieus. We zouden je morgen aanwerven
Caroline: Ik kan niet weggaan.
Christian: Waarom niet
Caroline: Iemand moet blijven.
Maart 2031 – Tussen de reuzen
Begin 2031 is de macht geconcentreerd op twee plekken. Amerikanen bezitten de meest geavanceerde cognitieve AI, China de meest geavanceerde fysieke AI. Atlas alleen is meer waard dan alle Europese bedrijven bij elkaar. Samen spenderen de drie grootste Amerikaanse AI-bedrijven meer aan rekenkracht dan de EU aan defensie. De grootste Chinese producent van mensachtige robots levert in een maand meer dan Europa in een heel jaar.
De steeds gespannener transpacifische betrekkingen hebben Taiwan naar de voorgrond gebracht. De fabrieken van TSMC, waar ‘s werelds meest geavanceerde chips worden gemaakt, staan grotendeels op het eiland. De kloof tussen Amerikaanse en Chinese cognitieve AI is het afgelopen jaar toegenomen en het strategische belang van Taiwan is daardoor ook gestegen. Als gevolg daarvan vinden nu elke week kleine confrontaties tussen verschillende marines plaats, terwijl dat twee jaar geleden maar één keer per kwartaal was. Beide partijen hebben AI-gestuurde wapenplatforms in het openbaar getest, en nog krachtigere achter gesloten deuren. In Washington zijn de AI-labs en het ministerie van Defensie verstrengeld, zodat er eigenlijk geen betekenisvol onderscheid meer is tussen de twee. In Peking is de integratie formeler. Commentatoren en analisten gebruiken regelmatig het woord oorlog, zonder voorvoegsels zoals ‘handel’ of ‘koude’. Drie of vier mannen in beide hoofdsteden hebben de beslissingsbevoegdheid die kan leiden tot een volwaardig conflict.
Europa bevindt zich in een rampzalige toestand, ook al is niemand in een officiële positie bereid om dit duidelijk te zeggen. De polarisering is enorm, en het sociale model breekt. In de landen die het zwaarst door de AI-schok zijn getroffen, is er geen sprake meer van economische groei. In de andere landen is groei min of meer losgekoppeld van welzijn. Betalingsachterstanden op hypotheken zijn toegenomen in de lidstaten waar leningen met variabele rente veel voorkomen. De Europese staatsschuld staat op een niveau dat gewoonlijk voorbehouden is aan landen waar mensen contant geld in kruiwagens vervoeren. Waar economen ooit over de welvaartskloof met de VS twistten - maken ze daar niet gewoon meer uren, is de Europese levensstandaard beter? - zijn ze nu gestopt. Wie naar Californië gaat, ziet het verschil binnen enkele minuten na de landing.
Maar Europa heeft nog één troef in handen. Na vijf jaar falen in het opbouwen van een frontier-AI sector, is het nog steeds eigenaar van dat ene knelpunt waar de hele race doorheen loopt. ASML blijft het enige bedrijf ter wereld dat in staat is de EUV-lithografie-apparatuur te bouwen die wordt gebruikt voor het maken van geavanceerde chips. Zonder toegang tot deze machines zouden de VS hun AI-voorsprong niet kunnen blijven uitbreiden. En met toegang tot deze machines zou China de achterstand waarschijnlijk al een tijd geleden zijn ingelopen.
Peking heeft serieuze vooruitgang geboekt met binnenlandse DUVi-machines en zal naar verwachting over ongeveer een jaar beginnen met massaproductie. Maar dat is te weinig en ook te laat: een jaar voelt nu als een eeuwigheid, en DUVi produceert niet de meest geavanceerde chips die China nodig heeft. De VS zetten elke dag een stap vooruit. De Chinese regering is erg bezorgd dat superintelligente AI aan de horizon staat, en niemand weet precies waar deze toe in staat zal zijn. Sommige adviseurs maken zich zorgen dat de VS voldoende geavanceerde AI kunnen gebruiken om een nucleaire tegenaanval van China te neutraliseren. Anderen vrezen dat dergelijke systemen overtuigend genoeg kunnen worden gemaakt om de partij zelf te destabiliseren. Het feit dat China absolute leider is op het gebied van robots kan deze bezorgdheid niet wegnemen.
Peking zet dus agressiever in op de strategie die het nu al twee jaar toepast. De leningen aan Zuid-Europa worden groter en de voorwaarden worden gunstiger. De informatiecampagnes worden geïntensiveerd. Europese leiders krijgen signalen over hoe een nauwere relatie er uiteindelijk uit zou kunnen zien: bevoorrechte markttoegang, coproductie van robotica, een zetel aan een tafel waar Washington hen grotendeels van heeft uitgesloten. Voor het eerst worden ASML en zijn EUV-technologie expliciet benoemd. Vijf jaar behandeld worden als de vazal van Washington heeft zijn sporen nagelaten, en in sommige hoofdsteden wordt er voor het eerst over een alternatief gesproken.
China probeert Europa los te weken, en het slaagt daar beter in dan Washington lief is. Het Pentagon beschouwt het verliezen van controle over ASML als een bedreiging die vergelijkbaar is met de proliferatie van kernwapens. Het Witte Huis besluit dat het nu directe controle over het bedrijf moet nemen, zolang die optie er nog is. De oproep gaat naar de drie landen die het kunnen stoppen: Nederland, waar ASML zijn hoofdkantoor heeft, en Duitsland en Frankrijk, zonder wier instemming de Nederlandse regering niet akkoord zou kunnen gaan.
De Amerikaanse vice-president doet het aanbod in een gesprek van veertig minuten via een beveiligde lijn. ASML zal worden opgenomen in een gezamenlijke Nederlands-Amerikaanse holding, bestuurd door een gedeelde Raad van Bestuur waarin Washington een controlerende stem heeft over de uitvoer, klanten en overdracht van technologie. In ruil daarvoor biedt de VS een kapitaalinjectie aan op een schaal die Europa niet kan evenaren, waardoor een reeks nieuwe productielocaties kan worden gebouwd op Amerikaanse bodem. Opmerkelijk genoeg belooft het ook rechtstreekse geldoverdrachten aan Europese burgers, gekoppeld aan Amerikaanse AI-gerelateerde winsten. Deze zouden klein beginnen, misschien €100 per persoon per jaar, maar deze bedragen zouden na verloop van tijd oplopen.
De drie Europese leiders besluiten hun collega-premiers en -presidenten in de EU er niet bij te betrekken. Zij vinden het aanbod onacceptabel en maken zich zorgen dat anderen hen onder druk zullen zetten om het toch te aanvaarden. Als ze beleefd weigeren, maakt het Witte Huis het aanbod openbaar en voegt een straf toe aan de beloning. Als de EU niet ondertekent, zal de hele regio volgens de Frontier Inference Services Rule zakken naar Tier 3 en alle huidige en toekomstige toegang tot Amerikaanse AI verliezen. De VS weet dat het alle kaarten in handen heeft. Via haar Taiwanese partners heeft ze voldoende EUV-machines en kennis voor onderhoud verzameld om toegang tot ASML langer af te sluiten dan Europa kan zonder toegang tot de grensverleggende AI.
Verschillende Europese hoofdsteden nemen contact op met de Chinezen, op zoek naar een tegenbod dat hen de ruimte geeft om Washington te weigeren. Ze krijgen niet waar ze op hoopten. Peking heeft geconcludeerd dat zijn charmeoffensief niet genoeg is en dat het ook van toon moet veranderen. De exportvoorwaarden van zeldzame metalen worden herzien als de Nederlanders een deal tekenen met Washington. De exportvergunningen voor robots worden opnieuw beoordeeld. De deadline is korter dan de Amerikaanse.
Europa heeft nu drie opties, en die zijn allemaal slecht.
Tekenen met Washington, en het continent geeft zijn enige drukmiddel op en wordt praktisch gezien een Amerikaans protectoraat in alle opzichten behalve naam, terwijl de resterende industrie omvalt als China zijn dreiging uitvoert en zijn export afsluit.
Tekenen met Peking zou het Zuiden kunnen redden, en de Unie zou misschien haar acute begrotingscrisis overleven. Maar Europa geeft China op die manier de sleutels tot haar toekomst in handen en zal een antwoord van Washington tegemoet zien dat het niet kan dragen, zelfs niet met Chinese hulp. Tier 3 zou alleen nog maar de openingszet zijn.
Teken met geen van beide, en Europa krijgt helemaal niets. In plaats daarvan zou het de volledige toorn van beide grootmachten over zich afroepen. Het risico bestaat dat tegelijkertijd Amerikaanse AI en kritische productiemiddelen verloren gaan, waardoor de toch al gespannen Unie waarschijnlijk uiteen zou vallen.
De Europese Raad roept een spoedzitting bijeen. Na veertien uur vergaderen is er weinig vooruitgang geboekt. Er wordt een delegatie afgevaardigd om naar Washington te vliegen met een mandaat waarvan iedereen in de zaal weet dat het met opzet dubbelzinnig is. Tegen de gangbare praktijk van de Raad in zullen de opdrachtgevers pas ter plaatse beslissen.
De bijeenkomst vindt plaats in het Eisenhower Executive Office Building op een dinsdagochtend. De Europese delegatie wordt geleid door de Nederlandse premier, de Franse president, de Duitse kanselier, de Poolse premier, de Spaanse premier en de Italiaanse raadsvoorzitter. Ze worden allen vergezeld door hun minister van Buitenlandse Zaken en een nationale veiligheidsadviseur.
De Amerikanen zijn met een gelijkaardige groep gekomen, inclusief twee ambtenaren op de achterste rij die niet worden voorgesteld en oortjes dragen.
Die oortjes zijn gekoppeld aan een frontier-AI-model dat elk Europees kanaal dat het kon vinden heeft geïnfiltreerd. Het weet wat elke Europese regeringsleider afgelopen dinsdag tijdens de kabinetsvergadering heeft gezegd. Het weet wie van hen een affaire heeft, wie er wordt behandeld voor prostaatkanker, wiens dochter problemen heeft met de wet. Het weet waar ieder van hen het meest bang voor is, en wat ze zullen ruilen om het te vermijden. De Europeanen weten dit niet.
Caroline zit in het ondersteuningsteam dat de Commissie naar Washington heeft meegenomen. Ze zit in de delegatieruimte, twee deuren verderop, en kijkt naar camerabeelden op een scherm aan de wand.
Tegen de late ochtend wordt het duidelijk dat de regeringsleiders niet op een lijn zitten. De Duitse kanselier en de Poolse premier dringen hard aan op de Amerikaanse deal. De Spaanse premier wil zich aansluiten bij China en de Franse president wil beide voorstellen weigeren. De Nederlandse premier ziet er ziek uit en de Italiaanse voorzitter van de Raad heeft gedurende drie uur nauwelijks gesproken.
Om twaalf uur nemen ze een pauze. De regeringsleiders verspreiden zich met hun delegaties over de zijkamers. Caroline stapt de delegatiezaal uit om koffie te zoeken en haar hoofd leeg te maken.
In de gang komt ze de voorzitter van de Raad tegen, die net alleen uit de vergaderzaal is gekomen. Zijn colbert is uit en zijn stropdas is losgemaakt. Hij is minder groot dan ze had gedacht. Hij stopt als hij haar sleutelkoord ziet.
‘Commissie?’
‘DG TRADE, meneer.’
Hij kijkt even naar haar. ‘Loop met me mee.’
Ze lopen traag. Hij staat erom bekend vóór grote beslissingen onvoorspelbaar te rade te gaan – bij junior medewerkers, journalisten, zijn chauffeur. Sommigen vinden het charmant. Toevallig of niet, heeft hij ook veertig jaar in de Europese politiek overleefd.
‘In de kamer,’ zegt hij, ‘houdt iedereen het pleidooi dat ze al twee jaar lang houden. Ik heb het allemaal al gehoord.’ Hij kijkt naar haar. ‘Welke van de drie baart je het meeste zorgen?’
Ze denkt na voordat ze antwoordt.
‘Kiezen voor geen van beide lijkt op het openhouden van onze opties’, zegt ze. ‘Maar dat is het niet. We moeten er één kiezen, in plaats van de dingen over ons heen te laten komen en te doen alsof we het slachtoffer zijn van de omstandigheden. En we kunnen de Chinezen niet zoveel macht geven. Het moeten dus de Amerikanen worden.’
De voorzitter van de Raad knikt langzaam. Hij zegt niet of hij het ermee eens is. Hij klopt op haar schouder, licht, zoals een oom zou doen. ‘Dankjewel. Ga je koffie maar halen.’ Hij draait zich om en loopt terug naar de vergaderruimte.
Caroline gaat naar de toiletten. Ze gooit wat koud water in haar gezicht en kijkt naar zichzelf in de spiegel. Haar handen trillen. Ze pakt de rand van de gootsteen vast en wacht tot het voorbij is. Door het kleine hoge raam kan ze een stukje van de lucht van Washington zien, vlak en fel.
Verderop in de gang beslissen zes mensen over het lot van het Europese continent. Ze weet niet of iets van wat ze heeft gezegd ertoe zal doen.
Ze vermoedt van niet.
Die avond loopt ze alleen terug naar het hotel. Het is koud voor Washington in maart. Ze denkt aan haar broer. Ze denkt terug aan het etentje in Hayes Valley, zes jaar geleden, en de kalme zekerheid van de mensen rond de tafel dat de wereld op het punt stond om te veranderen.
Haar telefoon zoemt.
Christian: Ben je ok
Caroline: Vreselijke dag.
Christian: Mijn vlucht is vertraagd
Christian: We kunnen over een uur een drankje doen
Caroline: Dat zou ik leuk vinden.